Groots en niet eens volmaakt

Groots en niet eens volmaakt

Groots is hij, en niet eens volmaakt. In één oogopslag kan je hem niet vatten, Down De Reus. Ik zit neer op mijn zaalstoel en mijn ooghoogte reikt nauwelijks aan zijn enkels. Hij dwingt je steil de hoogte in te kijken. Uit voorzorg maakte ik een afspraak met mijn chiropractor. ‘Te weinig beweging, te starre houding, jullie zaalwachters’, gooit die me altijd weer in het gezicht terwijl hij mijn nek breekt.

Onze toekomst

Als een vuurtoren staart de reus de verte in en tast de toekomst af. Want daar draait het hier om: onze toekomst. Fascinerend en verontrustend tegelijk. Mijn werkethiek verbiedt me echter hier lang te blijven hangen en mijmeren. Ik veer rechtop en in een slakkengang zet ik mijn traject voort, nog maar eens (het leven van een suppoost), maar nooit een keer teveel hier. Want er is zoveel te zien, te horen en beleven, dat ik na elke dagtaak rijker thuiskom.

Zopas nog ontdekte ik een spitante passage in het Leporelloboek, het verhaal van de belaagde jonge moeders, dat zich slechts schoorvoetend en zigzaggend ontvouwt en onthult.
Geen halve draai verder blijft mijn blik steken bij een hilarisch fragment uit dat ene gigantische schilderij. Dolkomische zwangerschappen: een vleugje absurditeit en onbezorgdheid ter compensatie van de zwaarte die hier hangt, spookt en speelt, denk ik dan.

Bezwerende drone

Mijn toezichtersblik richt zich op een handvol bezoekers dat diep in een beklijvend tekendagboekverhaal duikt. Je kan uren blijven hangen tussen de talrijke tekeningen die getuigen van de kwaadaardige gevolgen van een kunstmatig vrouwelijk hormoon. Hé, daar is die bezwerende drone terug! Onvoorspelbaar valt die de ruimte binnen en gaat zo weer liggen. Wat verderop hoor je twee stemmen uit een heuse roadmovie, zowaar.

Ik versnel mijn pas en ga checken waar de andere bezoekers zich bevinden. Vrouwenstemmen uit vier soundshowers waaien voorbij, een soort zwerm zet de terugkerende drone om in ongemakkelijk gezoem. Het voelt aan als een visuele en emotionele roller coaster. ‘Kan er überhaupt een verband bestaan tussen een roller coaster en een zaalwachter?’, hoor ik het cliché misprijzend denken. Ik weet wel beter.

Wat verderop in de donkere ruimten lijken twee tegenover elkaar staande videoprojecties een stel zomerse bezoekers te pletwalsen. Hun gevolg liep zich daarnet los van hen en daalt wat verderop de trap af, de tombe van de laatste Downer binnen. Je wordt er zowaar in de toekomst gekatapulteerd. Om van daaruit naar het heden te kijken. Geestig en onheilspellend tegelijkertijd, die tombe. Wat een ongebreidelde verbeelding spreiden die kunstenaars hier tentoon! Om van de effecten ervan op brein en gemoed niet te spreken.

Door de hellepoort

Terwijl ik het toenemend aantal bezoekers nauwlettend maar onopgemerkt in de gaten hou, beukt in de verte een dreunend geluid op me in. Het sleurt me nog maar een keer mee door de hellepoort. Ik word hier telkens weer ingepakt, geloof me vrij. Maar ik moet noodgedwongen afstand nemen. Mij van mijn toezichterstaak kwijten. Om pas daarna op zoek te gaan naar die intrigerende Tasmaanse tijger. Of die nog ergens in leven zou zijn…?

Vandaag is het zover

Ik vergeet haast te suppoosten

Vandaag is het zover.  De Walking Opera Bloedtest gaat in première.
Ik kijk er echt naar uit.
Alle suppoosten zijn druk in de weer om dit experiment in goeie banen te leiden.
Het stille museum verandert vanavond in één grote klankkast.

Ik vat post voor de houten, dubbele inkompoort.  De bezoekers komen aangewandeld, vermelden hun naam, kleven een ronde sticker zichtbaar op hun kleren en wachten in de zon. Ik voel me als een figurant in een groot, muzikaal theater. Dit is vreemd en het publiek is stil.
Het museum is zelden een plek waar aparte muziek te horen is. Theater daarentegen…

Stipt om acht uur gaan de deuren open.
Iedereen zoekt een plaats op het gras of onder de bomen.  Acht zangers zitten op hun stoel en kijken voor zich uit. De dirigent zit in het midden en achteraan staan drie muzikanten. Ik voel de spanning stijgen.

Hun stemmen verraden woordloze diepte

En baf. De tuin vult zich met luide klanken.
Het is zo atypisch dat het rechtstreeks in je bloedbanen binnendringt. Dit gaat door merg en been.
De dirigent doet teken en de zangers komen in beweging. Hun stemmen verraden een woordloze diepte.
Geleidelijk aan hoor je flarden van zinnen: liefde, ik ben blij dat ik nog leef, ik denk er nog elke dag aan, kijk naar mij.
Het doet denken aan de stemmen in je eigen hoofd die maar niet willen zwijgen op een moment dat je wil slapen.
Als een bezwerende drone hangt er opera in de lucht. De mensen komen recht en volgen de directeur op een parcours langs gaanderijen buiten en gangen binnen. We lopen door een labyrint van klanken en deuren.

Is dit om te lachen of om te huilen?

Ik wacht tot de laatste bezoeker binnen is en sluit de kleine theaterzaal achter mij. Het Spektakel van de Halven & de Helen begint met een bezwerende lach en een onmogelijke vraag: bent u verzekerd tegen het leven?
Grime, kledij en muziek doen hun werk.
De Dulle Griet van Bruegel en De anatomische les van Dr. Tulp en Rembrandt, zijn niet ver weg. De drie reuzen uit de beeldende wereld van theatermaker Eric De Volder kijken toe. Theater Stap pakt de zaal in. De downers zetten onze wereld op zijn kop. Is dit om te lachen of is dit om te huilen?
Het publiek blijft applaudisseren, verbaasd en verwonderd om zoveel kunnen.

De tocht zet zich verder.
Overweldigende gitaarklanken begeleiden de stoet. Met dit weer lijkt het wel een nieuwe fanfare van honger en dorst. Ik zorg dat de laatste bezoeker aansluit. Een goeie suppoost heeft oren en ogen op de rug.

Zijn ogen draaien als hij het woord radeloos uitschreeuwt

Als de laatste bezoeker neerzit in het tweede geïmproviseerde theater, knikt de regisseur.
Ik doe het licht uit en de hele zaal houdt de adem in. Vanuit het duister doemt Arnaud Rogard op. Een man met een zee aan talenten. In een mum van tijd en op de klanken van Vivaldi, verandert hij van een zachte downer met kleine gestalte in een donkere figuur met lange zwarte haren en handen als klauwen.
Hij tekent de oersoep met krijt op de grond en zet een ongeziene theater monoloog neer. Zijn ogen draaien als hij het woord radeloos uitschreeuwt, niet één keer maar drie keer. Hij zadelt de zaal op met een dijk van een tekst en een kanjer van een vraag: ik ben toch niet zover gekomen om op te geven?
Als hij veranderd is in de eerste Robot met het syndroom, veert het publiek recht.
Zichtbaar en diep ontroerd.

De tocht zet zich verder.
We houden even halt bij de reus met down, brengen de groep van het licht naar het donker in de museumruimtes en stappen verder door de tuin. Je hoort allerlei dingen die niet zichtbaar zijn.
Het publiek valt van de ene sfeer in de andere.

We moeten nog naar de kern van de aarde

We moeten nog naar de kern van de aarde, diep naar de ondergrond. Naar de warmte en de kern van het mens zijn. In de laatste theatrale ruimte staat er een grote tafel op het podium. Een acteur debiteert een tekst door de micro.
Het collectief Onderland neemt ons mee naar de poëtische wereld van de aardbaarster, de naveldraaister, de snarenraker en de dondermaker. Indische klanken, huilende wolven, tekst en muziek, vermengen zich tot een lang gedicht. Er wordt gelachen en er wordt gehuild.
Wanneer de acteur roept: buiten, allemaal BUITEN, wacht ons nog een finale in de tuin.

De muziek is als een rode draad. De zangers zijn er weer.
Eén van hen brengt een aangrijpend gedicht: ‘No need for a date: I was, I am and I will be/ Life is a wonder of wonders, and to wonder/ I dedicate myself on my knees, like an orphan/ Alone – among mirrors – fenced in by reflections: Cities and seas, indecent, intensified. A mother in tears takes a child on her lap.’

Een man in een rolwagen komt aangereden.

Hij parkeert gezwind voor de micro: ‘of de wereld slechter is zonder mensen met een beperking, weet ik niet. Maar hij zal zeker niet beter zijn.’
Hij herhaalt zijn woorden. Woord voor woord. Hij herhaalt de zin. Twee keer.

En baf. De tuin vult zich met stilte.
Dit is zo atypisch dat het rechtstreeks in je bloedbanen binnendringt.
Dit gaat door merg en been.

Ik vergeet haast te suppoosten.

Groeten, de vrouwelijke suppoost
Foto’s: Tuur Uytenhove

Op zoek naar de perfecte vraag

Hij rolt met zijn ogen, zijn hele lichaam spreekt.
We zijn op zoek naar de perfecte vraag!
De perfecte vraag, de perfecte vraag, de perfecte vraag…
Het blijft als een echo in mijn oren klinken.

We trekken een streep.

De kunstenaar verdedigt zijn zaak door dik en dun:  we richten een partij op, UP, de UP partij, United Perfection… Onze rode bic is de metafoor voor slechte punten.  We trekken een streep. Een streep in de lucht. Een lijn met een vliegtuig. We corrigeren de genen en maken een foute groep. En de lucht, de lucht is de publieke ruimte.
Zijn stem gaat altijd maar luider.  Hij zet elk woord met een stevige klank neer. Tussen twee woorden in, ademt hij diep.

Met passie voor de kunst.

Iedereen luistert. Het klinkt als een echo in mijn oren.
Meer passie voor de kunst en al haar kracht, kan ik me niet inbeelden. En dan slaat hij zijn schetsboek open.
Hij heeft een tekening gemaakt. We zien de typische 19de eeuwse architectuur van het Museum Dr. Guislain met een gaanderij die doet denken aan enge, lange kloostergangen rond grote, groene binnentuinen.
Bovenop die gaanderij zijn 16 vliegers getekend. Daarboven is in sierlijke letters geschreven: WIND/DIVERS.

Op zoek naar het perfecte beeld.

Ik breng drie ‘top’ modellen naar de studio van de kunstenaar en zijn collega’s. We klimmen tot onder de nok, op de zolder van het huis en komen terecht in een atelier, volgestouwd met materiaal.
Eén voor één trekken de modellen een wit T-shirt aan.  Hun gezichten en haren worden wit geverfd.  De kunstenaar monteert een rood lint voor hun ogen, rond hun hals.  Er gaat een soort vreemde tristesse van uit.  Die rode koord op de zolder suggereert het begin en het einde van een vlieger.

De kunstenaar heeft op zijn computerscherm een ruit van papier gekleefd.  De positie van elk model wordt zorgvuldig gewikt en gewogen.  Ze krijgen een attribuut in de hand.  De collega kunstenaars kijken mee naar elke foto.  Iets meer licht hier, een hand meer naar daar, het lint wat herschikken.
Opnieuw en opnieuw.  Op zoek naar het prefecte beeld voor het stellen van de perfecte vraag.

Ik hou echt van hen.

Het ene model, de dichter, voelt de ernst van de zaak haarscherp aan.  Ik ben zenuwachtig en triestig, zegt hij zacht, dicht tegen mijn oor.
Het model dat ook in de modewereld een model is, leunt zwaar op mijn arm. Ze is gewoon om te poseren.  Met een enorme traagheid legt ze haar witte haren in de plooi.  Ik was me morgen wel, zucht ze.
Het derde model, de danser, loopt kaarsrecht en vraagt me lachend of hij er ouder uitziet met zijn witte haren.

Ik hou echt van hen, denk ik.
Dat is een vaststelling en geen vraag.
De vragen komen straks wel…

Straks, als ze poseren op het dak van het Museum.
Een grappig verhaal vertelt dat de vlieger ontstaan is omdat een Chinese boer wou vermijden dat zijn hoed wegvloog. Hij maakte die vast met een lint aan zijn jas.
Andere legendes brengen de vliegers in verband met het bezweren van het kwaad.
De meest poëtische mythe is de mythe van de mens die de mens wil overstijgen en wegvliegen als een vogel in de open lucht.

Groeten,
de vrouwelijke suppoost

THE HEART IS THE MUSCLE WE LIKE TO WORK OUT

Het blijkt plots een onverwacht cadeau.

Suppoost zijn op een zonnige zaterdag.
Het suppoosten zelf laat ik over aan de zaalwachter van het Museum Dr. Guislain.
Hij zit te wachten naast de deur van de grote vergaderzaal die leeg is. Godot lijkt nooit ver weg.
Ik ontvang de dansers van Passerelle vandaag buiten in de tuin.
Ze arriveren één voor één: een choreografe, een indrukwekkende muzikant met een nog indrukwekkender groot instrument, drie huppelende jonge dames met lange haren en twee heren met het syndroom. De cameraman komt later. Zijn zus sleept met koffie, water, koeken, een computer en de danskleren.

Het is spannend, ongewoon en uitdagend.

Op zaterdagnamiddag is de sfeer in het Museum Dr. Guislain anders dan anders. De patiënten, uit het ziekenhuis in de buurt, zitten gezellig samen rond de tafel. Eén bestelt het zwaarste bier van de hele menukaart.
Een andere bekijkt ons nieuwsgierig en draait herhaaldelijk en met slepende voeten, rond de contrabas die ligt te wachten in de schaduw van de gaanderijen.
De cameraman komt lachend binnengewandeld. Vandaag wordt deel twee gefilmd van een videowerk dat straks op de tentoonstelling van Bloedtest komt. De titel van het werk is D-EFFECT.
D- EFFECT gaat over effecten en defecten, over de blik van de andere.
Blikken kunnen ontbloten, kunnen jou tot een voorwerp maken.

De binnentuin verandert in een grote klankkast.

De dansers kleden zich om. De muzikant neemt zijn grote contrabas.
Lichaamstaal, architectuur, muziek, schaduw en licht, verbinden zich naadloos.
De patiënten kijken van uit de coulissen.
De toevallige passanten krijgen een gratis concert, dansperformance in begrepen.
Lisi Estaras danste jaren geleden ‘Iets op Bach’. Nu gaat ze op zoek naar de danstaal van de art brut: The Heart is the muscle we like to work out. Ze speelt met tegenstellingen in het werk dat ze voor Bloedtest creëert.
Je ziet de dansers in de ruimte van de dansstudio. Ze zijn opgesloten in zichzelf.
Ze schreeuwen het uit.
De scenes in de tuin, tonen de belofte van een soort ideale en vrije wereld.  Een ‘Huis Clos’ tegenover the ‘Paradise Lost’ Garden.

De mens als een wit blad.

Gelukkig hebben we altijd alle kennis en informatie van de hele wereld op zak.  Een paar muisklikken op je telefoon verder en je komt bij Sartre en het existentialisme. ‘Huis Clos’ betekent zoveel als ‘achter gesloten deuren’.  Sartre werkte hard tijdens de tweede wereldoorlog.  Hij schreef dit toneelstuk waarin hij uitlegt dat de mens als een wit blad wordt geboren. Dat witte blad wordt tijdens het leven volgeschreven.
Bij Sartre is de mens verantwoordelijk voor zijn daden en zijn niet daden.  De maakbaarheid loert al om de hoek.
‘Paradise lost’ is dan weer een lang gedicht.
In het verloren paradijs stelt de blind geworden dichter Milton vragen over macht en onmacht.
Godot is het absurde deel, de afwijking of de afsplitsing van het existentialisme.

Iedereen is content.

Ze blikken de scenes in. Het voelt juist aan. Samen dingen maken die dieper gaan en breder reiken.
It takes two to the tango. En meer dan twee ook.

Als ik ’s avonds thuis kom zoek ik de trailer op . It takes two to the tango!
Het blijkt plots een onverwacht cadeau: sonicomania

Groeten van de vrouwelijke suppoost

Onder de membranen

In de schoot van het museum

De bibliotheek van het Museum dr. Guislain, de plek waar alle wijsheid vergaard wordt omtrent kunst en psychiatrie, bereik je via een labyrintische weg. Het is alsof je in de moederschoot van het instituut terechtkomt. Hier huizen wetenschap, kunst en stilte. Hier staan kunst, geneeskunde en psychiatrie geklasseerd maar bereidwillig voor inzage. Het is een netjes gestructureerde plek binnen het gebouw dat overigens geschiedenis ademt. Maar van stoffige naslagwerken merk ik weinig. De bib blijkt een kraaknette, nieuwe unit, ingepast in het oude kader. Belangwekkende psychiatrische issues binnen hun maatschappelijk kader staan hier zij aan zij in alfabetische volgorde. We lopen er rakelings langs. We zijn wat laat.

Vinger aan de pols

Wat verder staat een lange vergadertafel. Ik schuif aan tussen de wijze mensen. Met zijn allen zijn de aanwezigen betrokken in het Bloedtestverhaal. Zij vormen het theoretische luik. Zij staan borg voor de omkaderende informatie over de bloedtestproblematiek, tot dewelke iedereen straks toegang moet krijgen, want van ieders belang.

Het gezelschap belichaamt wat ze hier ‘het membraan’ noemen binnen Bloedtest. Ja, mijn collega’s vonden er destijds niks beters op dan het project in zijn deelaspecten te vertalen in termen als DNA, de genen, de cel en dies meer. Komt daar dan als vanzelf bij: het membraan. Cellen worden nu eenmaal omgeven door een celmembraan. Welnu, je gelooft het niet maar deze suppoost bevindt zich vandaag onder ‘de membranen’. Toegegeven, het is voor een bescheiden zaalwachter als ik niet altijd makkelijk om bij de les te blijven. Maar ik moet én wil mee in zee. Het gaat hier wel degelijk om Bloedtest. Het gaat hier over waar het met ons allen naartoe gaat!

Niemand onberoerd

De ‘membranen’ buigen zich over alles wat te maken heeft met de bloedtest: de medische innovaties, het ingrijpen in de mens, de genetische (on)maakbaarheid van de mens en zoveel meer. Dit kan niemand onberoerd laten, toch?
Waar de kunstenaars ontegensprekelijk hun betrokkenheid aan het botvieren zijn in straffe kunstwerken, nemen deze lieden het publieke debat voor hun rekening. En dat blijven zij aanzwengelen tot ver na het totaalkunstwerk, laten ze verstaan. Zij houden de vinger aan de pols van deze geruisloze evolutie, die niet stopt bij een Walking Opera.

Geruisloos

Maar geen genen, geen cel zonder membraan, moeten ze hebben gedacht. En daarvoor hebben mijn collega’s me meegetroond naar deze meeting.
Mijn broodheer huivert bij de gedachte dat onze medische en technische evoluties geruisloos de samenleving binnen sluipen. Ik ben het daarmee eens. Wat zich geruisloos aandient, daarvoor moet je waakzaam zijn, leerde mijn gezonde mensenkennis. Iets wat sluipt, vertrouw je best niet, als je het ondergetekende vraagt. Vannacht ligt hij vast wakker. Vrees ik.

De suppoost in trance 

‘Heb je de koffie al gezet?’

vraagt Rigobert me aan de inkom van de Budatoren. Over ‘met de deur in huis vallen’ gesproken. Ik heb Rigobert nooit eerder ontmoet. Hij heeft zo te zien geen nood aan een introductie. Rigobert talmt niet of nooit, denk ik. Het is heerlijk om met mensen om te gaan zonder prietpraat, zonder strategie. Onomwonden en doodeerlijk. Zat de wereld maar zo in elkaar…

Timbres

Met zijn achten zijn ze vandaag. Acht zangers plus Diederik, de dirigent, en Pol, de tovenaar, thuis in klanken en elektronica. Diederik pakt het meteen didactisch aan en probeert stemmencombinaties uit, met aandacht voor de verschillende timbres. Terwijl alle mogelijke schakeringen worden verkend, zet Pol de drone in. Die bestaat uit de combinatie si en fa#. Sinds kort hebben ze die omgedoopt tot 0506. Bedenker Kris gaf er toen een heel intelligente uitleg over. Heel plausibel allemaal maar ik snapte er geen jota van. Over muzikale inhouden, daar spreek ik me niet over uit. Maar ik ga er prat op dat ik hoor wanneer iets bedenkelijk klinkt. 

Meeslepend
De drone blijft lopen. Hij pulseert, ik voel het aan het geklapper binnenin mijn lichaam. Destijds vroeg ik me nog af wat die si fa# met een mens doet. Vandaag brengt klaarheid. Ik kan het niet onder woorden brengen maar het komt binnen.

Een zanger staat op. Ashley heet hij. Hij heeft een microfoon in de hand en zingt rechtopstaand. Zijn nasale stem boort zich door de achtergrondstemmen. Die neuriën, fluisteren en prevelen een vreemdsoortige combinatie van West-Vlaams en Swahili, als je het mij vraagt. Vreemd maar meeslepend.

Ik moet de controle loslaten want die kop-, keel- en neusstemmen nemen bezit van me. In mijn hoedanigheid van werkelijke zaalwachter zou dat wellicht vreemde effecten opleveren voor de bezoeker. Maar mijn gehoor blijft intact. Mijn oren horen dat het goed is en spitsen zich des te meer. Het maakt mijn dag nu al hoogst geslaagd, ofschoon ik nog een halve te gaan heb. We klokken de eerste halve sessie af op lunchtime. Op verzoek van Rigobert zet ik de tweede kan koffie. 

Goesting en respect
Om beurten komen de zangers aan bod. Diederik geeft ze vrijheid. Maar het omgaan met vrijheid is wel degelijk een opgave, moeilijker dan vermoed. De zangers zitten echter duidelijk in een goeie flow en geen enkele uitdaging brengt ze van hun stuk. Er is goesting en respect voor elkaar. 

Deze repetitie maakt nu al duidelijk dat de menselijke stem, met haar schoonheid en haar breekbaarheid, haar vermogen en haar onvermogen, vele zielen in beroering zal brengen. Dat alleen al verdient nog een derde kan koffie, Rigobert!

Groeten van de suppoost

Hopen dat het troost

Ik wrijf op allerlei manieren de tranen weg van mijn gezicht. Ik hou mijn adem in. Het past nu niet om luid te zitten snotteren maar het blijft maar komen. Opgeborgen verdriet stroomt naar buiten.  

24 Wochen

De film ‘24 Wochen’ wordt opnieuw gedraaid in de Budascoop, het paradijs van de andere en de betere film. Die film begint vrolijk en grappig. Een cabaretière staat mooi opgemaakt, pril zwanger te wezen op een podium. Ze draagt een uitdagend kleedje met glitters en hoge hakken. Haar bolle buikje tekent zich duidelijk af. Het staat haar wel. Ze vraagt aan haar publiek of er hen iets opvalt en geeft zelf het antwoord. Ja, ze heeft mooie nieuwe schoenen aan. Grote hilariteit

Een verscheurende keuze

De sfeer van de film keert 360° als ze te horen krijgt van de gynaecologe dat er iets fout is met de foetus. We krijgen afwisselend beelden te zien van binnen in de baarmoeder en van het kolkende leven buiten. De film gaat over verdriet, schuld, woede en twijfel. We zien liefde, we zien ruzie en onzekerheid. Ook al is het koppel gewoon veel samen te doen, geleidelijk aan staat de vrouw alleen voor een verscheurende keuze. Op de allerlaatste knip houdt de man haar hand vast, streelt zacht door haar haar. Ze schreeuwt het uit, slaakt een dierlijke kreet. Als ze leeg in haar bed ligt, kruipt haar andere dochtertje onder haar T-shirt om de holte in haar buik te vullen.

De hele zaal is muisstil. 

Drie vrouwen stappen op het podium als de generiek stilaan en geruisloos over het doek schuift.
De middelste dame is een zorgverlener, een specialiste in het luisteren naar mensen die moeilijke beslissingen nemen. Naast haar zit een mama van drie kinderen. Het oudste meisje heeft Down. Aan haar andere zijde zit een jonge huisartse. Ze heeft haar tweede zwangerschap laten afbreken. We zijn met de hele zaal getuige van hun breekbare verhaal. De stemmen zijn zacht, het lijkt alsof het publiek mee de adem inhoudt. De film geeft zeer goed weer hoe je je voelt. Dat beamen ze alle twee. Ze zeggen ook dat het verscheurend is, dat het moeilijk is, dat er geen eenduidige antwoorden bestaan, dat er heel veel gradaties zitten tussen zwart en wit, dat je er nooit uitgeraakt maar dat we het wel bespreekbaar moeten maken. 

Ze zeggen ook dat het andere mensen van hen gemaakt heeft, sterker en kwetsbaarder tegelijk. 

Anderen vooruit helpen.

De Cabaretière gaat uiteindelijk opnieuw op de planken staan. Ze getuigt als mediafiguur. Als iemand haar vraagt waarom, zegt ze dat ze hoopt dat ze hiermee anderen vooruit helpt. Ik kan toch geen grote bek opzetten en moppen vertellen beroepshalve en dan privé zwijgen?

Misschien is dit ook wel een van de dingen die een Kunstenorganisatie als de onze moet doen? Vooral niet zwijgen en tonen dat er heel veel grijswaarden zijn. Het taboe doorbreken. Tonen zonder te oordelen. Het publiek confronteren. 

En hopen dat het troost.

De vrouwelijke suppoost 

Is er nog plaats voor Oskar?

Oskar, de laatste vliegenier?

Nog nooit zo’n bijzondere persmeeting bijgewoond. Glashelder was het niet, eerder een gerucht over ‘een piloot met het syndroom van Down’ en een rode lijn. Ik ben het gewend bij artistieke processen wat geduld te koesteren en zelf ook wat moeite te doen om de actie te begrijpen, en dan komt alles goed. Zoals de Wild Classical Music Ensemble op hun nieuw album zingt: “tout va bien se passer”.
Plaats van afspraak was de piepkleine luchthaven Kortrijk-Wevelgem. De mannen van kunstkollektief Het Pakt hadden een rode lijn op de grond aangebracht waarop het publiek en de pers moest plaats nemen. Buiten zagen we een sportvliegtuig startklaar staan. Wat staat hier te gebeuren dacht ik net, toen trompetgeschal klonk. Twee witte figuren kwamen de trap af met tussen hen in de piloot Oskar.

Oskar maakt statement?

Enkele ogenblikken later stonden we met zijn allen op de tarmac bij het vliegtuig te luisteren naar Oskar die zichzelf voorstelt als de eerste- maar tegelijk ook de laatste piloot met syndroom van Down. Maar van vliegen komt niets in huis. Oskar spreekt in naam van personen met een beperking. Hij vraagt aandacht voor een heel pertinente vraag. Is er in de toekomst nog plaats voor mensen met een beperking in onze samenleving? En zo ja, vraagt hij terwijl hij de toeschouwers in de ogen kijkt, welke mag die dan wel zijn? Het antwoord is voor mij eenvoudigweg ‘Ja’. Maar schroom slaat toe wanneer de twee witte mannen Oskar helemaal inpakken met een lang rood lint. Streep erdoor, weg met Oskar!

Oskar trekt de lijn.

Dit vliegproject verwijst naar de technische en medische ontwikkelingen in onze huidige tijd. Iedereen vindt het wellicht fijn wanneer er oplossingen komen tegen dodelijke ziektes of dat er voorkomen wordt dat we een ziekte of handicap krijgen. Maar ik begrijp best dat deze vooruitgang ook nare gevolgen kan hebben …
Intussen heeft het vliegtuig zich klaar gemaakt en beslist uit te vliegen. Het is een vreemde start waarbij tijdens het opstijgen een lange rode vlag wordt opgepikt waarop in witte letters: bloedtest. Het vliegtuig zal met deze lange wapper symbolisch een lijn trekken (vliegen) over de lengtemeridiaan 3°21’ verwijzend naar trisomie21 of Syndroom van Down.
Dwars door West Vlaanderen van Spierre Helkijn naar Knokke en terug. Benieuwd hoe de mannen van ’t Pakt hier mee verder werken?

Groeten,
de suppoost met knieprobleem

Nancy heeft een beperking aan haar knie!

Wit.h te gast bij Guislain.

Met gans ons team naar Gent. Het wordt stilaan een gewoonte. Wanneer we met Wit.h van het grote pand op de wijk Overleie verhuisden naar het bescheiden winkelpand in het stadscentrum van Kortrijk, was het voor veel mensen verward hoe dit kon werken? De bedoeling was van meet af aan om onze ateliers en tentoonstellingen te arrangeren samen met partners en ook telkens op een andere plek. Ik zelf begreep het ook niet goed maar het idee om ergens te gast zijn, is wel uitnodigend. Vooral wanneer we dan kunstenaars met een beperking mee naar binnen smokkelen. Let wel, we zijn geen nomaden of een rondtrekkend circus hé. In tegendeel, de verbinding met de gastheer is voor ons noodzakelijk.
Twee jaar werken we nu samen met het dr. Guislain museum in Gent aan het project Bloedtest en de finale komt in zicht.

Morrelen aan ons DNA

Vandaag versieren de deelnemende kunstenaarscollectieven elkaar. Elk krijgt tijd zijn werkwijze en product uiteen te zetten.
Ik ken intussen de weg in het museum en kan feilloos alle technische zaken tijdig in orde brengen. Even vergeten de perculator op te zetten waardoor de koffie wat later kwam, maar geen nood: velen waren later.
Voor Wit.h werk ik al vele jaren maar een project met een boodschap en een uitgestrektheid van Bloedtest heb ik nooit eerder meegemaakt. Ademloos luister ik naar de kunstenaars, men noemt ze hier Camerata Artista, die op een eigenzinnige wijze met dit thema omgaan. Verbaasd merk ik hoe ons team en dat van Guislain een geheel smeedt van die vele onderdelen. De Walking Opera is ontluisterend boeiend. De conversatie over de maakbare mens en de gevolgen van de Niptest toont de complexiteit aan. In stilte wens ik dat het allemaal niet bestaat maar de realiteit is dat de mens niet kan stil zitten hé. Wetenschappers kunnen nu al morrelen aan ons DNA. Ik kom er ongerust van.

Niemand is perfect.

De dag verloopt supervlot. De luisterbereidheid ligt erg hoog, en er wordt regelmatig ferm gelachen. De gesprekken worden ondersteund door de projectie van beelden en filmpjes op groot scherm. Een aantal kunstenaars presenteren een kleine performance. Ook bijzonder hoe een aantal kunstenaars met een beperking met weinig woorden ontzettend veel kunnen zeggen. Arnaud bijvoorbeeld, staat op, neemt zijn tekst, de micro, schraapt zijn keel en leest dan heel minutieus een zin voor, patat erop! Of Laurence die wanneer onze artsitiek leider over de Chinese wetenschappers spreekt, hem onderbreekt om een tekening te tonen waarin ze chineese ondertitels heeft gebruikt. Of Franky die welgemeend zegt: niemand is perfect!

Groeten van de suppoost met
knieprobleem