Baren in Blankenberge

Hazina

Nu moet het gebeuren.

📱“ Hallo, hallo, Peter hier, zeg je bent toch nog niet vertrokken naar Gent hé? We zouden elkaar zien in het dr. Guislain museum deze morgen maar we zijn veranderd van idee. ‘t Is te zeggen als het ok is voor jou?”
“Neen, ik ben nog niet vertrokken en was dat ook niet onmiddellijk van plan.”

“Blijven zo! We hebben net beslist dat we doorrijden naar Blankenberge. Ja het is zo’n prachtig mooi weer vandaag, precies zomer. En dat inspireert ons zo erg, dit mogen we echt niet laten liggen. Neen, neen, dit is ons moment. Iedereen is in extase. We moeten er onmiddellijk tegen aan. Hazina zal de aarde baren, nu maintenant, we moeten naar zee. Vandaag staat het te gebeuren.
De grote doorbraak is nabij. Ja man, precies weer zomer vandaag. Daaag.”

Blankenberge?

Hoe komen ze erbij, Blankenberge. Deze ‘parel’ aan de kust is in mijn gedacht nu ook niet zo inspirerend. Misschien een ideale plek voor wie zand en schelpjes lust, maar voor de kunst? Nu probeer ik al lang niet meer te discuteren met de kunstenaars. Onze chef zegt dat het typisch is voor ons museum aan de overkant omdat wij procesmatig werken. En die processen laten zich nu eenmaal moeilijk voorspellen. Elke stap kondigt de volgende stap aan en je kunt dit niet forceren. Er is wel een rode lijn uitgestippeld maar die zit vol kronkels en omwegen. Konden wij toch niet op voorhand weten dat het vandaag zo’n schoon weer zou zijn, in oktober dan nog? En dus uiterst flexibel moeten we zijn. En denk maar niet dat zo’n dag aan zee vakantie is.

Geertje

De oermoeder baart

Normaal zouden Peter Holvoet Hanssen, Pieter De bruyne, Hazina Kennis en Geertje Vangenechten een ganse dag werken in het dr. Guislain museum. Zij werken één van de vier podium acts uit binnen de walking opera: Bloedtest. Ik moest voor een beamer zorgen en hen technisch bijstaan.
Maar kijk, de zon heeft er anders over beslist. En wees gerust, ben er zeker van dat ze een uniek verhaal meebrengen van zee. De Oermoeder (hun act in bloedtest) wordt steevast nog verrassender.

Groeten,
de suppoost met knieprobleem

Wat een creatieve energie.

Myriam Mestiaen

Moerbeke

Eén minuut voor vier parkeer ik tussen de bomen op het plein en haal opgelucht adem.
We hebben het op tijd gehaald. Dat is niet eenvoudig, met al dat verkeer. Moerbeke ligt dicht bij Antwerpen. Gelukkig nog voor de duivelse ring. Ten minste als je het vanuit ons standpunt bekijkt.

Een groot beeld in Cortenstaal staat op een rondpunt als je het dorp binnenrijdt. Het noemt Kristal en herinnert de voorbijgangers aan de geschiedenis van de suikerfabriek van Moerbeke. Hilde van Sumere heeft beeldhouwwerken in het zuiden van China, in het Vlaams Parlement en dus ook op een rondpunt in Moerbeke (Waas).

Unieke dames

Mijn baas en ik hebben een afspraak met de dames van DES. We zijn te gast bij Myriam. Zij tekent, schildert, zingt en woont, ongelooflijk mooi. Haar terras ligt aan het water. Haar boot ligt op de Moerbeke vaart. Het is een ‘unieke plek’.
De DES dames wachten ons op. Wij zijn nieuwsgierig. Zij zijn ongeduldig.
DES is een afschuwelijk synthetisch hormoon. 30 jaar lang hebben onschuldige vrouwen een zogenaamde, onschuldige vitamine geslikt. Ze wilden een perfecte zwangerschap en een miraculeuze baby.
Jaren later is het leed tastbaar en de realiteit bikkelhard. DES ‘slachtoffers’ zijn kinderen of kleinkinderen die geen kinderen kunnen krijgen. Allerlei afwijkingen zorgen voor problemen, ziektes en een levenslang gemis.

Het gaat over de buik

Myriam Mestiaen

‘Ik was amper 19 toen ik hoorde dat ik nooit kinderen zou kunnen krijgen’, vertelt Myriam. Op zo een leeftijd ben je niet bezig met gezinsplanning. Ze tekent vaak een ‘Recycling woman’, een vrouw die een cirkel vormt. Om de cyclus rond te maken, steekt ze haar tenen in haar mond. ‘Recycling woman’ is ook de titel van een lied op de plaat Kiss of life. Ik krijg daar kippenvel van.

DES gaat ook over de buik, net als bloedtest. Alle twee gaan ze over maakbare mensen, moeilijke keuzes maken en oorverdovende taboes.
Wij van het Museum aan de Overkant en de dames van DES willen graag samenwerken. Vandaag komen wij kijken en luisteren naar hun eerste creatieve plannen. Jullie komen binnen in onze keuken zegt de ene. Het is des mensen fluistert de andere.

We voelen de hartslag

De actrice Hilde Heijnen is in topvorm. Ze vertelt honderduit. We hebben een paar keer gerepeteerd met de muzikanten van Velvet Morning. We hebben van alles uitgeprobeerd, geïmproviseerd.

We horen: ‘ik wil als ik sterf jouw handen op mijn ogen’. We horen een stuk met de klank van een hartslag in de baarmoeder. De actrice spreekt daar doorheen. Ze brengt ongrijpbare en onbegrijpelijke teksten in het Frans. De woorden komen in een razendsnel tempo. De kloppende hartslag overstemt geleidelijk aan haar stem. En dan komt er een nummer over niet kunnen kiezen. ‘Keuzestress’ en ‘choisir’ krijgen de klank van het slijpen van scherpe messen.

Ik zit vastgeklonken op mijn stoel en slik herhaaldelijk.
Wat een creatief nest. Wat een energie.

De vrouwelijke suppoost

Stilte behandel je met eerbied.

Klaus en Tom

Stilte

Een indringende stilte valt als een deken over me heen. Plotsklaps. Nu pas, bij het betreden van het begijnhof, heb ik door waarom die toegangspoort nog steeds in gebruik is.
Het zijn beschermde oorden. Maar wat ik aan de lijve ondervind is dat begijnhoven ook de hoeders van de stilte zijn. En dat is maar goed ook. Stel je voor dat deze stilte, broos als ze is, uitgelaten wordt, de stad in. Of stel je voor dat de stad Gent binnen gelaten wordt en als een razzia te keer gaat. Wat schiet er dan nog over van de stilte? Stilte behandel je met eerbied. Roekeloosheid hoort op deze plek niet thuis, daarvoor trek je de stad in.

Rust

We bellen aan huisje nummer 96 aan. Er wordt gerommeld aan het slot. Al snel wordt de deur ontgrendeld en daar verschijnt Klaus in mijn zicht. Klaus Compagnie, ik ontmoette de kunstenaar reeds jaren terug. Ietwat onhandig laat hij ons binnen. De lichtinval is er schaars. ‘Van de duisternis word je stil en kom je tot rust’, werpt Tom Poelmans – de andere kunstenaar die ons vergezelt – me toe. Hier blijkt het goed toeven voor Klaus. Het schenkt hem de rust waar hij zo naar hunkert.

Persoonlijkheid

In zijn donkere huis staat een tafeltje voor vier gedekt. Koffietassen en koekjes, Russische sigaretten dan nog. Ik kan me niet bedwingen, de zoetekauw die ik ben.
Over Russische sigaretten gesproken, Klaus is een roker. Een fervente sigarenroker dan wel. Bijna niet meer van deze tijd verleent het hem een aparte status. Hij lurkt aan zijn sigaar als geen ander. Voor mijn part mag Compagnie zo in het rijtje naast Churchill en Castro staan. Hij trekt onophoudelijk aan dat ding, dat zich tussen zijn lippen behendig in alle richtingen slaat en rookpluimen de Gentse herfsthemel in blaast. Terzelfdertijd verraden de grimassen op zijn gezicht dat hij met moeite zijn vele overpeinzingen binnen weet te houden. Ik raak in de ban van deze persoonlijkheid.

Vanochtend nog deed hij research naar het oeuvre van volbloedschilder Tom. Zo’n houding, dat zint Tom wel. Ook hij wist zich vooraf te informeren over Klaus. Samen bekijken ze filmpjes op YouTube. Ik kijk mee over hun schouders heen. Een interview van Klaus met justitiejournaliste Caroline Vandenberghe trekt mijn aandacht. Het vervult hem met trots. Maar ook met zijn ontmoetingen met gewezen minister Stefaan De Clerck, politica Mieke Vogels en nieuwsanker Wim De Vilder pakt hij fier uit. ‘Die weet zijn vrienden te kiezen’, hoor ik Tom denken.

Tom en Klaus

Kameraadschap

Tom en Klaus gaan straks samenwerken in het project Bloedtest. De eerste date van deze twee kunstenaars maakt duidelijk dat dit tot kameraadschap en schilderplezier zal leiden. Daar liegen de aanstekelijke, amper in te tomen binnenpretjes van Klaus niet om. En Tom, die kijkt minzaam toe. Mijn collega ziet dat het goed is. Dat voel ook ik aan mijn kleine teen en graai nog een Russische sigaret mee.

Nu is het aan jullie

De man met het syndroom van Down

‘Nu is het aan jullie allemaal’, zegt de man met het syndroom van down, en hij kijkt theatraal naar de volle cinemazaal in de Budascoop.
Het museum toont vanavond een film: ‘Zie mij doen’. De film gaat over het leven van Jessica, Quan en Mathias. En over hoe de mensen naar hen kijken. Zwart op wit worden hun emoties getoond. Ik doe mijn ogen toe als ze het haar van Sofie knippen. Sofie is zo zwaar gehandicapt. Ze kan haar hoofd niet stilhouden. Ze schreeuwt als een dier. Ik kan het niet helpen, haren knippen van weerloze vrouwen, daar kan ik echt niet tegen.

Maar ik wijk af. Mijn job is vanavond helpen kijken of alles goed verloopt en zorgen dat iedereen op tijd in de zaal geraakt.
De film is gedaan. Er staan zes stoelen voor het grote witte doek. Vier mannen en twee vrouwen gaan in debat over wat we net gezien hebben.

De man met het syndroom van down

bijt de spits af en feliciteert de documentaire maakster. De gevoelens zijn mooi in beeld gebracht. Eén vrouw vindt de film niet goed. De film toont een romantisch beeld. De film toont mensen die in een instelling zitten. Tonen we niet beter de inclusie in de samenleving?
Romantisch? Instelling? Zitten? Ik denk er het mijne van.

Plots veert een vrouw recht midden in de zaal. Ze zwaait wild met haar hand als een ongeduldige leerling die de aandacht van de meester wil krijgen. Als een furie gaat ze tekeer. Dat iedereen maar eens moet komen kijken naar de instelling. Dat Sofie er een goed leven heeft.Het lijkt wel of we midden in het Vlaamse Parlement zitten waar de ministers schreeuwen om hun gelijk in de aanloop van de verkiezingen.

De man in het midden van het panel moet het gesprek terug glad strijken.
Hij geeft het woord aan de acteur. Die zit te zweten bij zoveel animo. Hij zucht en zegt dat hij niet op die manier gekeken heeft. Hij heeft zich niet afgevraagd of het de juiste beeldvorming is. Hij heeft verhalen gehoord en mooie mensen gezien. Dat heeft hem danig ontroerd. De film is voor hem een kunstwerk.

De man met het syndroom van Down krijgt het laatste woord.

Deze keer kijkt hij theatraal en vol bewondering naar zijn collega kunstenaar, de acteur. Hij heeft gelijk, zegt hij met veel overtuiging. En zij, waarbij hij de filmmaakster recht in de ogen kijkt, heeft iets moois gemaakt. Het is goed dat je gevoelens van mensen toont.
Daarna richt hij zich weer tot de volle zaal. En jullie, jullie hebben dit allemaal gezien. Nu zijn jullie allemaal aan de beurt.
Het publiek applaudisseert lang en luid.
Zie hem doen! Denk ik bij mezelf.
Ik slaak een zachte zucht van verlichting. Vanavond was mijn suppoosten job weer anders dan anders. Geen tentoonstelling, geen atelier maar een film over mensen met een beperking. De man met het syndroom van Down heeft gelijk, nu is het aan jullie. Denk daar maar eens goed over na: beperking, kijken naar beperking en alle gevoelens die daar bij horen.

De vrouwelijke suppoost

Info film: Zie Mij Doen

Lourdes, Lourdes

Elias en Karel

Een missie

Avonturiers met een missie, dat zijn Karel Verhoeven en Elias De Brauw. Zowat vier maanden terug maakten ze een roadtrip naar Lourdes om de wereld te verbeteren. Vandaag zijn ze te gast in het Museum aan de Overkant om hun wedervaren te verslaan in de vorm van een roadmovie.

Lourdes

Ik was erbij toen zij destijds met die bestemming op de proppen kwamen. En ik werd ook even ingezet. De belhamels namen deze arme suppoost wel in het ootje. Groot was toen de schok om onvoorbereid en holderdebolder mijn reiskoffer te moeten inpakken, l’Autoroute du Soleil op. En daarbovenop de vrees om van de ene op de andere dag het museum achter mij te moeten laten zonder zaaltoezicht. Gigantisch was de opluchting toen bleek dat er ook een Lourdes in Oostakker ligt. Net als Gibraltar in Outryve, Klein Rusland in Zelzate en Buitenland in Bornem.

Daar in het nabije Oostakker was ik getuige van hun verdere plannen. De ultieme bestemming om hun boodschap uit te dragen moest het Zuid-Franse bedevaartsoord worden. Al hun vragen over ons mensbeeld zouden ze beantwoord zien aan de Lourdesgrot. Of dat was alvast de hoop. Een voorstel dat door de collega’s van het verdiep enthousiast werd onthaald en waarbij de suppoost godzijdank door de mazen van het wegennet glipte, honkvast als hij is.

Flashback en flashforward

Ik krijg de gelegenheid om vanuit een scherpe hoek de film mee te volgen. Een eerste, ruwe montage, zo blijkt. Na het bekijken van de film wordt er flink wat gepingpongd door de wijzen rond de tafel. Af en toe wordt mijn aandacht afgeleid door de sappige huig-r van de twee avonturiers. Nee, ze kunnen hun Gentse afkomst niet verloochenen. Ja, ik hoor ze graag bezig, die twee.
Middenin de discussie over de spanningsboog in de film veert beroepsroker Elias op en gaat buiten een sigaret opsteken. De bespreking gaat verder, over opbouw, flashback en flashforward. Ik herinner me ook wel films gezien te hebben waarin een loopje wordt genomen met het verloop in de tijd. Zo van die films die beginnen met het einde en je dan om de haverklap heen en weer katapulteren tussen wat komt, wat is en wat was. Vooruit, achteruit, alles dooreen gehaspeld, vergeef me. Het is arbeiden voor de kijker. Puzzelen en monteren in je hoofd. Ik ben geen kenner maar desalniettemin kan ik niet ontkennen dat een filmmaker daar toch een grotere spanning uithaalt.

Het is wachten

Al die film-technische overwegingen en discussies buiten beschouwingen gelaten weet ondergetekende ondertussen wel hoe het Karel en Elias is vergaan. Maar loyaal aan mijn werkgever hou ik de kaken op elkaar. En dat nog voor pakweg driekwart jaar. Het is wachten op Bloedtest.

Si – Fa# wat doet het met een mens?

Kris Luc Pol Diederik

Si – Fa#

‘Waarom moet het in ‘si – fa#’ zijn?’, vraagt Diederik aan Kris. ‘Omdat ik dat zo mooi klinken vind’, repliceert deze laatste onverzettelijk, zijn mondhoeken lichtjes naar omhoog neigend. Diederik overpeinst die keuze binnenskamers. Aan de overzijde van de tafel lacht Pol kameraadschappelijk, genietend van deze conversatie.
Als suppoost mag ik deze morgen mee aanschuiven aan de vergadertafel aan de Overkant. Mijn collega’s nodigden drie musici uit voor een brainstorming rond de Walking Opera, onder welke vorm het Bloedtestproject uiteindelijk moet doorgaan.
‘Mij best’, gaat Diederik verder, ‘maar dat is een delicate opdracht voor de zangers; bij het verspringen naar een hogere octaaf kan dat een stembreuk veroorzaken’. Een stembreuk? Ik schrik me ei zo na een liesbreuk. Ik die dacht dat onheil ophield bij been-, maag- en andere wolkbreuken.

Salvo’s

Terwijl ik koffie serveer voor de heren, vuren ze allerlei muzikale termen af om me heen. Behendig voor mijn leeftijd – en dat ondanks mijn houterig voorkomen – kan ik de salvo’s nog net ontwijken. Maar ik slaag er helaas niet in om bij de les te blijven. Gesamtkunstwerken, circulaire bewegingen, peripeteia’s, distortions, diminuendo’s en andere fading outs…, ik kan hen niet bijbenen maar daar liggen zij niet wakker van.
Als je ze loslaat zijn die klankenbouwers en toondichters onder elkaar al even erg als hun equivalent, de beeldende kunstenmakers. En of ze een boom kunnen opzetten over hun kennis en praktijk. Een heel bos! Maar toegegeven, mijn scherpe observatie zegt me dat het geen loze praat is. Muziek maken en spelen is duidelijk geen gratuite bedoening.
De modeste zaalwachter houdt zich echter ver van dat hele denkproces. Muziek is een zaak van het oor, niet?

Muzikale wateren

Muziekdocent en muzikant Kris doorzwom reeds vele muzikale binnen- en buitenwateren. Hij heeft een uitgesproken mening, denk maar aan die ultieme ‘si – fa#’ combinatie waar hij onder geen beding van afwijken wil. Diederik, eveneens docent, componist en dirigent, praat al even passioneel. Bedaarder van aard is Pol. Hij is wat ze hier aan de Overkant een ‘sound wizzard’ noemen, een klankentovenaar en knoppendraaier die zijn hart verpand heeft aan elektronica en daar ook alles van af weet. Hij kan het kluwen van kabels en muzikale ideeën ontwarren, wat de andere twee vertrouwen lijkt in te boezemen, nu ze de begane paden willen verlaten.
Dit zijn duidelijk mannen met goesting. En jeetje, die slaat over op mij.
Binnenkort gaan ze alle mogelijke hoeken van het Museum dr. Guislain verkennen en testen op hun akoestiek. Eerlijk, ik wil wel een vrije dag opofferen om erbij te zijn. En even onder ons: mijn eergevoel is zo rekbaar als een elastieken bungeekoord, zelfs met de status van slippendrager neem ik genoegen.

Een cruciale vraag

Op dit ogenblik is er echter één cruciale vraag die me tergt en onbeantwoord blijft: kan iemand me in hemelsnaam vertellen hoe een ‘si – fa#’ akkoord klinkt en wat het doet met een mens?

Kwaliteit

Kwaliteit

‘Kwaliteit’, zegt de man uit Ieper, bij wijze van verwelkoming. Ongewone en grappige omgangsvormen komen hier wel vaker voor, sinds ik jaren terug in het vak van suppoost aan de Overkant stapte.

Comfortabel

Dominique Beun is zijn naam. Hij woont in Ieper, fantaseert en tekent in Wervik, en neemt altijd een trein te vroeg. ‘Je kan er donder opzeggen dat ie weer een tiende etmaal te vroeg zal zijn’, hoorde ik mijn collega van het eerste verdiep nog zeggen. Een gewaarschuwd suppoost is er natuurlijk twee waard. En zo geschiedde: het vredige ochtendgloren werd aan stukken gereten door mijn alarmklok, op zich al niet mijn beste maatje. Een rustig ontwaken aan het zuiderse Vandaleplein zat er deze keer niet in voor mij.
Op de koop toe blijkt zijn compaan, kunstenmaker en manusje van-papierwaren-tot boeken-en-woordentovenarijen, Christoph Bruneel zijn evenknie te zijn. De slaapvouwen op zijn gelaat blijken al uren weggewist. Al even matineus is hij, en ervan overtuigd dat de ochtenden de verbeelding het beste dienen.

Ondanks het prille uur voelt de ontmoeting meteen comfortabel aan. Dominique kijkt me schalks aan en Christoph vervolgt meermaals met een bulderlach: zo’n kanjer van een lach die piekt, schokt en trillingen veroorzaakt. De kasseien op het Vandaleplein dansen zich los van hun voegen. Of ligt het aan mij, nog bekomend van het onhebbelijke uur?

Strijd tegen het kwaad

Wanneer de Sint-Maartensklok negen uur slaat zijn de twee reeds diep in een verhaal verzonken. Een verhaal over en met ‘de meisjes’ en niet te vergeten… ‘kwaliteit’!
Een van mijn collega’s – kunstenkenners vervoegt hen. Ze hebben het over een ruw scenario. Over zinnen. Ondertussen, vanuit mijn geliefde actieterrein, het achterplan, spits ik de oren en stel de blik af op zijn scherpst. Vanuit dit statuut en positie leert de suppoost veel bij in de luwte.

Ik vis woorden op, pijlers binnen hun verhaal. Ze hebben het over de goeden. En over de slechten. De goeden, dat zijn de meisjes, die wellustig copuleren en kinderen dragen. De slechten dat zijn de volbloedvampiers, die de vrouwen van hun kinderen beroven, en die opvreten. De meisjes gaan bijgevolg en over tot de strijd tegen het kwaad.

Perfectie

Tot ik plots een Latijns aandoende zin meen waar te nemen, iets als ‘In Perfectio Nihil Anima’. Ik haal mijn Smartphone erbij en probeer via de vertalingsmachinerie tot een aanvaardbare vertaling te komen. ‘In perfectie schuilt de leegte’ moet het zowat zijn. De zin pakt me bij mijn kraag en zet me aan het denken. Vast voor lang.

Groeten de mannelijke suppoost.
Dominique Beun en Christoph Bruneel werken mee aan de Walking Opera

Knuffelende panda’s

Knuffelen

Het plein voor het Museum aan de Overkant is erg stil. Ik vertrek vroeg naar één van onze buitenposten: de Koffie galerij in Lichtervelde.  Onderweg hoor ik ‘De bende van Annemie’. De gaste in de radiostudio ergert zich blauw aan de betutteling in het Rust en verzorgingstehuis waar ze verblijft: ‘We gaan nu slapen bolleke! Hoe gaat het vandaag schatje? Gaan we onze kleertjes aan doen? Precies alsof die verzorgster samen met mij slaapt of haar kleren aan doet…

Complimenten

Het eerste wat ik zie in het keramiek atelier van de Beelderij,  zijn twee grote panda’s in de vitrine. Ze staan te knuffelen alsof hun leven er van afhangt. Ik duw de voordeur open en val binnen midden in een koffiepauze.
Je hebt daar een schoon rokje aan, schatje, zegt een van de kunstenaars. Een andere haast zich om er nog een schep boven op te doen: dat kettinkje staat jou goed. Maar ja, met jouw lijntje sta je met elk kleedje.
Ik ben nog geen vijf minuten binnen en de verkleinwoordjes vliegen me rond de oren. Dat betuttelen vind ik helemaal nog niet zo slecht. In de gewone wereld gooien ze doorgaans minder met complimenten.

Fileren

Franky Delaere staat op het terras buiten. Vandaag draait het allemaal om hem. Hij maakt het beeld van de reus met het syndroom van down. Nerveus trekt hij aan zijn sigaret. Hij spiegelt zich in het raam en kijkt of zijn haardos in de plooi valt. Er komen een aantal mensen kijken naar de maquette. Franky is duidelijk nerveus, typisch een kunstenaar tijdens een atelierbezoek… Anderen komen zijn werk, en dus zijn ziel, fileren!
De benen en de voeten zijn in doeken gewikkeld. Het beeld wordt zachtjes ontdaan van zijn zwachtels. Het heeft iets weg van een ziekenhuisscene. De hele entourage staat te kijken naar de minutieus geboetseerde reuzenvoeten. Het model, de danser, kijkt met verbazing naar zijn eigen. Handen, voeten en lippen laten geen twijfel bestaan: het beeld lijkt sprekend op Kobe.
Een olifant is gemakkelijker, zegt Franky. Die heeft geen vingers en tenen.

Een paradijs

Ik luister, observeer en hou de wacht in de beeldenkamer. Het staat bomvol met breekbare figuren, dieren en schalen.  Ik moet denken aan ‘Het gebochelde mannetje diep in ons’ van stefaan Hermans en aan Maen Florin. Dit vertel ik zeker aan mijn baas. Zij moeten dit zien! Dit is een keramiekparadijs… met veel koffie en een schat aan verkleinwoorden.

Groetjes,
de vrouwelijke suppoost

een kunstwerk is als een zwangerschap

Flexibiliteit.

Wat een woord. Je hoort het overal.
Flexibel werken, flexibel zijn. Bij ons is een ‘flexible’ iets wat loodgieters gebruiken. Ik vind het een ingewikkeld woord. Net als mobiliteit. Soepel blijven en bewegen, dat is het.
Suppoost? De mensen kijken meewarig en onderdrukken een geeuw.
Acht uren per dag slapen op een stoel, in een blauw apepak, verborgen in een hoek van het Museum aan de Overkant?
Neen hoor. Bij ons zit het er niet in. Vandaag werk ik op verplaatsing.
Is sta een uur vroeger op. Ik ben mobiel, maar mét vertraging. De Belgische treinen rijden bijna nooit stipt. Vandaag werk ik echt aan de Overkant in het museum van de psychiater. Dokter Guislain is bekend. Het is daar heel indrukwekkend. Je ziet de patiënten niet maar je hoort ze wel.

Angst voor een  beperking?

We verwachten drie artistieke dames. Ze arriveren elk van een andere kant. Eentje zelfs helemaal uit Goes. De ene is groot, de andere is zwanger en de derde is aan de nerveuze kant. Na wat heen en weer geklets (‘je hebt een mooie jas aan’, ‘je haar zit goed’, ‘je buik wordt rond’ en ‘wat een mooie gele kleur heb je aan’), duiken ze in een boek met brieven. Ze schrijven elkaar brieven. Over zichzelf, over moeder zijn, over een test doen als je zwanger bent, over een kind krijgen als je een beperking hebt, over foto’s maken en een gedicht, over zingen en zoeken en aanraken ook… Durf jij iemand aan te raken met een beperking? Er zijn mensen die dat niet durven. De verbazing is groot. Maar ja, het bestaat, die angst voor een beperking.
Ik geloof het wel. Het is soms ook echt vreemd…

Een kunstwerk als een zwangerschap.

Het zijn drie schone dames. Ze kletsten honderduit en lijken elkaar te vertrouwen. Eén zegt: een kunstwerk is als een zwangerschap. Iets wat zich opbouwt. De stoffen in je lichaam veranderen. Ons kunstwerk zou een soort navelstreng kunnen zijn. We kunnen zien hoe het groeit.
De tijd vliegt. Ze begrijpen elkaar goed en babbelen honderduit. De ene wil een film maken, de andere een foto en de derde wil zingen. Ze duiken weer in die brieven. Elke brief is zorgvuldig vastgeplakt. Ook de enveloppe. Telkens wordt de datum er mooi bij geschreven.

Brieflezende vrouw in het blauw

Ik luister, ik kijk, ik geniet en ik denk na. Hun boeiende babbels, de sfeer en natuurlijk het geel van hun kledij, doen mij terugdenken aan het werk van een schilder dat ik eens zag op één van onze andere tentoonstellingen. Ik bewaak, loop rond, kijk naar de mensen. En…, ik lees alle titelkaartjes, niet één keer maar honderden keren. Ik ben het niet vergeten. Dat schilderij was dan ook heel bijzonder: een ‘brieflezende vrouw in het blauw’ van Johannes Vermeer. Ze staat in een kleine kamer. Ze heeft een bolronde buik, staat bij een raam en leest een brief. Het licht komt naar binnen in de kamer door het raam links. Achter haar hangt een grote wereldkaart. Ik heb er nogal wat verhalen bij verzonnnen: over haar zwangerschap, over haar lief die haar alleen laat en de wereld rondreist, over die kleine kamer waarin ze opgesloten lijkt te zitten en over de baby in haar lichaam. Vermeer schilderde niet alleen vrouwen die brieven schrijven of lezen, hij gebruikte ook graag geel. Denk maar aan het hoofddoek en de jas van dat beroemde meisje met een parel of aan de gele bloes van dat meisje met de melk.

Tot spoedig

De dames van de brieven slaan de boeken toe, ze omhelzen elkaar en blijven praten tot ze ver buiten de grote poort van het museum van de psychiater zijn. Ik hoor ze nog net roepen: ik schrijf je snel, en begeef me dan soepel in de richting van de trein. Hopelijk komt die stipt.

Groeten de vrouwelijke suppoost.

in het hart van moeder Aarde

in het hart van Antwerpen

een suppoost in ziekteverlof, het is geen grote ramp. Maar ons museum aan de overkant is in personeelsbestand niet te vergelijken met de andere musea in Vlaanderen. En ik meen van onze chef te begrijpen dat wij geen erkenning hebben als museum, zelfs niet aan de overkant. Wij kunnen echt niemand missen of moeten het volledige werkkader herorganiseren. Ai ik voel me nu wel een beetje schuldig. Het is dan ook mijn plicht om contact te houden met een aantal kunstenaars die aan het werk zijn in Antwerpen. Ze zijn in volle voorbereiding van de Walking Opera: Bloedtest…

In donkere grotten.

Hun eerste  filmdag in Antwerpen zit erop. Het was ongelooflijk, onvoorstelbaar, en nu ook onuitwisbaar!!! Een mens weet terug waarom hij leeft… daarom dus.
Om op die veel te dunne grenslijn te lopen, om van het begin in het oog gehouden te worden door flikken en bewakers… om af te tasten hoe ver ons geluk gaat en dan te voelen dat we het geluk volledig aan onze kant hebben… “We liepen blootsvoets , wadend door het water in donkere grotten onder moeder aarde. Het was in 1 woord SPECTACULAIR!!!!!!”

In het hart van Moeder Aarde.

“… te bedenken dat het ons gelukt is met wonderlijke toestemming op de werf bij de monsterlijke Antwerptower-werf te graven naar de Grote Reuzin in het hart van Moeder Aarde! Dat we in dat opgeblazen ‘Beast’ op het Astridplein een legendarische exploratie hebben gemaakt en dat de finale in de ZOO-apengrot gelukt is! Wat een spanning! Zo veel dank aan documentairemaker Yoeri en zijn klankenman Bert! Immer inspirerende Marc (van theater Stap), zonder uw ‘terhulpschieting’ hadden we de strikte timing echt niet gehaald.”

Afdeling podiumontdekkingsreistheateroperaliteratuur

Als suppoost kijk ik vanuit mijn ziektebed toe en kan een traan niet bedwingen.
Lang leve Superster Hazina! Lang leve Pieter onze wolvengids en opperbeste Snarenmaker! Lang leve onze muze en super geëngageerde kunstenares Geertje! Lang leve Peter meester van de Afdeling podiumontdekkingsreistheateroperaliteratuur.

Wordt vervolgd op deze site en ook op de Walking Opera: Bloedtest

Groeten,
De suppoost met knieprobleem

Kunstenaars-koppels

Bewaken van de traagheid

Museum dr. Guislain, 10 uur. Het aanhoudend snerpend geluid van een slijpzaag verspreidt zich vanuit de verste vleugel. Ik, die hier en nu stilte had verwacht, krijg er nog het gedram van hamer en beitel bovenop. Goeiemorgen!
Als een snelwandelaar loop ik me los van Laurence en Tony, het teisterende geluid tegemoet. Tot mijn grote verbazing stuit ik op de daders: de frêle Robbert met hamer in aanslag en Frank, de cirkelende zaag opzwepend.
Laurence en Tony hebben geen haast. Nooit. Ze houden een trage tred aan en arriveren later op de plek van afspraak. Ik stoor me er niet aan, het past bij mijn aard van zaalwachter: het bewaken van de traagheid.

Kunstenaarskoppels

Laurence en Tony zijn naast een koppel kunstenaars ook nog eens een koppel geliefden. Ze komen hier samenwerken met een ander koppel kunstenaars, zonder liefdesband dan wel. De ene keer heten die Robbert & Frank, de andere keer Frank & Robbert. Gek. Maar de suppoost is niet van gisteren, hij heeft dit naamspelletje wel door. Het moet zijn dat beiden huiveren van enige heerschappij tegenover elkaar. Dan maar om beurten de eerste zijn. Ze bestaan in soorten en tinten, die kunstenaarskoppels.

Een bunker.

Sneller dan ik kan waarnemen schieten Tony en Laurence uit de startblokken. Naadloos sluiten ze aan bij het andere stel. Tony staat oog in oog met mij en kijkt me doordringend aan. Even voel ik me ongemakkelijk. Tot blijkt dat hij zijn ideeën aan het uitbroeden is. Een moeilijke bevalling; Frank schiet hem te hulp.
Laurence maakt schilderijtjes vol citaten, onverstoorbaar. ‘Maternal blood. Placenta’, dat heeft natuurlijk alles met die Bloedtest opera te maken. Wat verderop slaat Robbert een vloertegel aan gruzelementen. Hij merkt mijn onderdrukte nieuwsgierigheid op. ‘Op weg naar een bunker’, vertelt hij me. Verbijstering gooit mijn bakkes open. Moet hier in hemelsnaam een bunker opgediept worden? Of bouwen ze hier straks een bunker in de achterkamer van het museum? De wonderen zijn de wereld nog niet uit!

Op de barbecuegrill

Nog maar weinig gaf ik mijn ogen zo de kost en ik schep er nog genoegen in ook.
Hier staat iets opwindends te gebeuren. Terwijl de ene piekerend ijsbeert, graaft de andere wat verderop een kuil doorheen de vloer. Net wanneer de ene de verstilde weg lijkt op te gaan, rijt de andere de stilte aan stukken. De wisselwerking kantelt in alle richtingen, het is waanzinnig leuk om zien. En … zet je schrap; zelfs kleiwerken worden hier gebakken op de barbecuegrill.
Ik sta midden op een kruispunt van energie en chemie.
Mijn dag kan niet meer stuk.

Groeten,
de mannelijke suppoost

Een wereld zonder beperking

Een wereld zonder beperking

Ik ben weer aan de overkant. Gisterenavond kon ik niet slapen. Schapen tellen helpt allang niet meer. Ik volg soms de wijze raad uit het boek ‘Nachtoog’ van Erik Oger. Hij schrijft over slapen, wat we eigenlijk allemaal weten: denk zeker niet aan wat je allemaal nog moet doen. Maar Oger hielp gisteren niet en ik keek met mijn ‘nachtoog’ naar de wekker. Die tikte verder de nacht in. Dan maar lijstjes maken in dat warrige suppoostenhoofd van mij: ik stap in de auto en neem mee…

Ongewoon in een museum

Deze morgen ben ik Tony Coopman en Laurence Demets gaan halen. Ze rijden mee in de auto naar het museum van Dokter psychiater Jozef Guislain. Samen met Robbert&Frank/Frank&Robbert werken ze in het atelier in Gent. De vier kunstenaars werken mee aan een opera: Bloedtest*. Ze bouwen, schilderen, zagen, kappen en boren. Dit is ongewoon in het museum. Meestal is het hier heel stil en deftig. Het is niet direct een plek om luid te lachen. Zij brengen letterlijk leven in de spreekwoordelijke brouwerij. Hoewel, een brouwerij kun je het hier niet noemen.

Een curiositeitenkabinet

De vier kunstenaars zetten zich rond de tafel in het atelier.
Robbert heeft een put (putje) gemaakt in de vloer van het museum. Met hamer en beitel en pakken geduld, graaft hij de bodem weg. Tot voorbij het beton.
Laurence zit aan een heel laag tafeltje op een heel klein krukje. Ze schildert geconcentreerd paneel na paneel. Niets lijkt haar van haar stuk te brengen. Op elk paneel moet en zal een ‘moederkoek’ komen.
Frank boetseert een prachtig paardje in klei, zaagt en boort en gaat het eten halen. De energie spat in het rond.
Tony bewondert hem mateloos en commandeert grenzeloos. Het maken kan zijn super, snelle creatieve brein niet volgen. Ze maken kleine wapens, een doodshoofd, een ketting en een poëtische wandelstok van een tak van een boom. Het dode atelier is omgetoverd tot een werkplek en een schatkamer. Ik hou me stil bij dat curiositeitenkabinet in wording en beperk mijn taak als zaalwachter.

Samenwerken wordt onderzocht

Als er bezoek komt van de universiteit van Gent, hoor ik Robbert zeggen: we weten nog niet of het een bunker of een schuilhut wordt. We begraven onze schatten. We graven en vinden of begraven onze kunst. Wie weet, binnen honderd jaar ontdekken futuristische onderzoekers de wondere wereld van Tony&Laurence en Robbert&Frank/Frank&Robbert. De studente en de assistente van de universiteit van Gent knikken en luisteren geïnteresseerd. Ze onderzoeken hoe de kunstenaars samenwerken.

Groeten
de vrouwelijke suppoost

Een kroon van nepparels

Een kroon van nepparels

Vanavond is het feest op het plein voor het Museum aan de Overkant. De ruimte binnen kleurt bloedrood van de tenten buiten. Het is 31° Celsius en de muziek van de zomerse markten klinkt door alles heen. Ondanks  concentreer ik mij op mijn taak als suppoost en bekijk de foto aan de muur. De kunstenares kijkt mij doordringend aan. Getooid als de prinses van Oranje, zit ze neer voor een felblauw gordijn. Antoon Van Dyck zou haar in de 17de eeuw zeker geschilderd hebben. Of Diego Velazquez. Die had een scherp oog voor dé beperkingen.

Schilderoord

Ze draagt een kroontje van nepparels en roze vlinders. Aan haar hals bengelt een zware ketting; haar kleedje houdt het midden tussen Barbie chic en haute couture. Het korset is roze en de mauwen zijn van namaak kant. Haar blik staat op droevig en ze perst haar mond dicht. Haar handen verraden haar leeftijd. Ze liggen gekruist in haar schoot.
Een letter verkeerd, een chromosoom teveel en een kind tekort…
Kunstenares Mariska Schilperoord is een vrouw met het syndroom van down en een onvervulbare kinderwens. Ik onthoud haar naam als schilderoord.

Koppels dragen zorg voor elkaar

Aan de andere kant van de zaal hangen haar tekeningen: elf koppels, twee eenzame prinsessen en één stripverhaal. Allemaal met een kind in de buik. De tekeningen zijn stuk voor stuk parels. Met pen en aquarel maakt ze zachte schetsen op wit papier. De getekende koppels dragen zorg voor elkaar. Ze zien er stuk voor stuk uit als droomprinsessen met een schat een van prins. Zittend, staand, liggend op een bed, op een eiland van kleur met een stralende zon en een bodem van parels, met een kroon op het hoofd en een kindje in de buik. De ogen zijn merkwaardig. De bladvulling is die van een kind en het thema is dat van een volwassen vrouw.

Je veux de l’amour

Dit is van een unieke breekbaarheid. Ik blijf er naar kijken, altijd opnieuw. De muziek op het plein dringt door tot binnen. Meisjes… ze zijn zo mooi meneer! ‘Meisjes zijn ‘t allermooist op aard. Niets dat hun schoonheid evenaart . Zeg dat Van ‘t Groenewoud het gezegd heeft ….’
Ik geloof hem niet meer.
Ik kijk naar de foto van Mariska Schilperoord. Ze kijkt mij heel doordringend aan en in mijn hoofd hoor ik alleen maar ‘Je veux de l’amour’.

Groeten, de vrouwelijke suppoost.

Een reus met Down

Een reus met Down

Kobe Wyffels (foto onderaan) is danser, echt top! Recent nog werd zijn gezelschap Platform-K genomineerd met de dansvoorstelling ‘Common Ground’ voor het Vlaams TheaterFestival.
Wit.h nodigt Kobe uit om te poseren. Een gedroomd model! Zijn danshouding, zijn gespierde lichaam en zijn expressieve gelaatsuitdrukking, inspireren om een reuzenbeeld in keramiek te maken. De Beelderij in Lichtervelde is een atelier met jarenlange ervaring in de wereld van keramiek en kunstenaars met een beperking. Zij durven de uitdaging aan. Franky Delaere (foto links) een van hun kunstenaars neemt de klei op. Hij ziet eruit als Arno, lacht als Raymond en maakte beelden die op je netvlies blijven staan.

Kruisbestuivingen werken aanstekelijk

Kobe  voelt zich direct thuis in de Beelderij. Een aantal van de keramiekers waren niet weg te slaan uit zijn omgeving. Kobe poseert buiten in de tuin, op de tafel, op de grond, met T-shirt, zonder T-shirt. Ernstig, lachend. Kobe is de schijnwerpers gewoon.
Nancy Demeyer, Saskia Vansteelant en Ellen Mortier zijn een ervaren team maar beelden op het formaat van een reus in keramiek? Dit is niet evident.
Geen nood ze krijgen support. Vanuit Luka School of Arts wordt een team opgezet die het ganse proces mee ondersteund.  En vanuit de academie Tielt komen de kunstenaars Geert Roygens en Claudine Denoulet langs en geven tips over stabiliteit en opbouw.
Buiten is het 30 graden. De graad van enthousiasme stijgt evenredig. De hele Beelderij kijkt, denkt en werkt mee.
De eerste reus met het syndroom van down is in aantocht.

Snel een bloedprik

‘Snel een bloedprik laten doen om Downsyndroom bij je baby uit te sluiten? De praktijk blijkt vaak ingewikkelder dan dat’. Redactrice Veerle Beel is niet aan haar proefstuk toe. Herhaaldelijk informeert de krant ons over de maatschappelijke evoluties. Complexe vraagstukken zijn niet gediend met eenvoudige antwoorden. Maar wie praat erover en hoe?
Om dit thema onder de aandacht te brengen nam Wit.h samen met Guislain museum het initiatief om een ‘walking opera’ te maken met als titel: BLOEDTEST.  Met talrijke partners zoals Ugent, Buda Kunstencentrum, Vormingplus, Luka school of Arts e.a. en een  groep kunstenaars trekken we op expeditie om de kern van deze problematiek te ontrafelen en een artistieke confrontatie op te nemen.

En de reus met het syndroom van Down kijkt toe.

Kunstenaars denken na over bloed

Vijftig kunstenaars denken na over bloed.

Dinsdag 19 juni ’18 was het eindelijk zo ver.
Meer dan een jaar terug begon Wit.h kunstenaars uit te nodigen om mee te werken aan het project ‘Bloedtest’. Het idee voor dit project kwam er na een babbel met het team van museum dr. Guislain waar het plan groeide om de problematiek van de NIPtestgezamenlijk uit te werken. Niet zozeer met als doel te focussen op mensen met het syndroom van Down maar  eerder om op een artistieke manier de gevolgen van dit soort test te bevragen. Er volgde een resem gesprekken met deskundigen, wetenschappers, kunstenaars, ouders, personen met een beperking, … en we schreven een resumé op het eind van 2017.  Met die informatie werken kunstenaars en vormingswerkers nu samen in kleine collectieven. Dinsdag 19 juni kwamen alle kunstenaars samen in het museum dr. Guislain voor een eerste gezamenlijk overleg.

Meer info?

Op deze site vind je een voorlopige stand van zaken terug: website Bloedtest . Deze site kun je best regelmatig bezoeken want hij veranderd voortdurend.
Ook bijzonder aan dit project is dat we kiezen voor een methode van  participatie en inclusie.
De participatie wordt vertaald in een maximale inspraak van alle partners, kunstenaars en deelnemers. Gezien het grote aantal betrokken personen zorgt dit voor een traag en hobbelig parcours maar tegelijk een erg grote intensiteit en betrokkenheid. En natuurlijk ook onverwachte wendingen die wellicht merkbaar blijven tot in de eindtentoonstelling (juni 2019).
Inclusie, Wit.h heeft het nooit anders geprobeerd of kunstenaars met en zonder beperking werken samen op gelijkwaardige en respectvolle basis.