Vandaag is het zover

Ik vergeet haast te suppoosten

Vandaag is het zover.  De Walking Opera Bloedtest gaat in première.
Ik kijk er echt naar uit.
Alle suppoosten zijn druk in de weer om dit experiment in goeie banen te leiden.
Het stille museum verandert vanavond in één grote klankkast.

Ik vat post voor de houten, dubbele inkompoort.  De bezoekers komen aangewandeld, vermelden hun naam, kleven een ronde sticker zichtbaar op hun kleren en wachten in de zon. Ik voel me als een figurant in een groot, muzikaal theater. Dit is vreemd en het publiek is stil.
Het museum is zelden een plek waar aparte muziek te horen is. Theater daarentegen…

Stipt om acht uur gaan de deuren open.
Iedereen zoekt een plaats op het gras of onder de bomen.  Acht zangers zitten op hun stoel en kijken voor zich uit. De dirigent zit in het midden en achteraan staan drie muzikanten. Ik voel de spanning stijgen.

Hun stemmen verraden woordloze diepte

En baf. De tuin vult zich met luide klanken.
Het is zo atypisch dat het rechtstreeks in je bloedbanen binnendringt. Dit gaat door merg en been.
De dirigent doet teken en de zangers komen in beweging. Hun stemmen verraden een woordloze diepte.
Geleidelijk aan hoor je flarden van zinnen: liefde, ik ben blij dat ik nog leef, ik denk er nog elke dag aan, kijk naar mij.
Het doet denken aan de stemmen in je eigen hoofd die maar niet willen zwijgen op een moment dat je wil slapen.
Als een bezwerende drone hangt er opera in de lucht. De mensen komen recht en volgen de directeur op een parcours langs gaanderijen buiten en gangen binnen. We lopen door een labyrint van klanken en deuren.

Is dit om te lachen of om te huilen?

Ik wacht tot de laatste bezoeker binnen is en sluit de kleine theaterzaal achter mij. Het Spektakel van de Halven & de Helen begint met een bezwerende lach en een onmogelijke vraag: bent u verzekerd tegen het leven?
Grime, kledij en muziek doen hun werk.
De Dulle Griet van Bruegel en De anatomische les van Dr. Tulp en Rembrandt, zijn niet ver weg. De drie reuzen uit de beeldende wereld van theatermaker Eric De Volder kijken toe. Theater Stap pakt de zaal in. De downers zetten onze wereld op zijn kop. Is dit om te lachen of is dit om te huilen?
Het publiek blijft applaudisseren, verbaasd en verwonderd om zoveel kunnen.

De tocht zet zich verder.
Overweldigende gitaarklanken begeleiden de stoet. Met dit weer lijkt het wel een nieuwe fanfare van honger en dorst. Ik zorg dat de laatste bezoeker aansluit. Een goeie suppoost heeft oren en ogen op de rug.

Zijn ogen draaien als hij het woord radeloos uitschreeuwt

Als de laatste bezoeker neerzit in het tweede geïmproviseerde theater, knikt de regisseur.
Ik doe het licht uit en de hele zaal houdt de adem in. Vanuit het duister doemt Arnaud Rogard op. Een man met een zee aan talenten. In een mum van tijd en op de klanken van Vivaldi, verandert hij van een zachte downer met kleine gestalte in een donkere figuur met lange zwarte haren en handen als klauwen.
Hij tekent de oersoep met krijt op de grond en zet een ongeziene theater monoloog neer. Zijn ogen draaien als hij het woord radeloos uitschreeuwt, niet één keer maar drie keer. Hij zadelt de zaal op met een dijk van een tekst en een kanjer van een vraag: ik ben toch niet zover gekomen om op te geven?
Als hij veranderd is in de eerste Robot met het syndroom, veert het publiek recht.
Zichtbaar en diep ontroerd.

De tocht zet zich verder.
We houden even halt bij de reus met down, brengen de groep van het licht naar het donker in de museumruimtes en stappen verder door de tuin. Je hoort allerlei dingen die niet zichtbaar zijn.
Het publiek valt van de ene sfeer in de andere.

We moeten nog naar de kern van de aarde

We moeten nog naar de kern van de aarde, diep naar de ondergrond. Naar de warmte en de kern van het mens zijn. In de laatste theatrale ruimte staat er een grote tafel op het podium. Een acteur debiteert een tekst door de micro.
Het collectief Onderland neemt ons mee naar de poëtische wereld van de aardbaarster, de naveldraaister, de snarenraker en de dondermaker. Indische klanken, huilende wolven, tekst en muziek, vermengen zich tot een lang gedicht. Er wordt gelachen en er wordt gehuild.
Wanneer de acteur roept: buiten, allemaal BUITEN, wacht ons nog een finale in de tuin.

De muziek is als een rode draad. De zangers zijn er weer.
Eén van hen brengt een aangrijpend gedicht: ‘No need for a date: I was, I am and I will be/ Life is a wonder of wonders, and to wonder/ I dedicate myself on my knees, like an orphan/ Alone – among mirrors – fenced in by reflections: Cities and seas, indecent, intensified. A mother in tears takes a child on her lap.’

Een man in een rolwagen komt aangereden.

Hij parkeert gezwind voor de micro: ‘of de wereld slechter is zonder mensen met een beperking, weet ik niet. Maar hij zal zeker niet beter zijn.’
Hij herhaalt zijn woorden. Woord voor woord. Hij herhaalt de zin. Twee keer.

En baf. De tuin vult zich met stilte.
Dit is zo atypisch dat het rechtstreeks in je bloedbanen binnendringt.
Dit gaat door merg en been.

Ik vergeet haast te suppoosten.

Groeten, de vrouwelijke suppoost
Foto’s: Tuur Uytenhove

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *